Ontdek de boeiende geschiedenis van de Sint-Anna kapel!
De neogotische kapel werd in 1864 gebouwd, maar werd om onduidelijke redenen nooit ingewijd. Nu, bijna 2 eeuwen later, wordt ze in ere hersteld en krijgt ze een functie die nauw aanleunt bij haar oorspronkelijke doel: het samenbrengen van mensen. Binnen de contouren van de kapel vormen twee prachtige ruimtes een katalysator voor de buurt én voor de streek om sociale initiatieven mogelijk te maken.
De kapel wordt nu vergezeld van een ‘vestibule’ in de vorm van een betonnen sculptuur. Dit verdoken trappenhuis met Escherachtige allures leidt de bezoeker langs panoramische taferelen naar boven. Op het dak, tussen de gevels van de kapel, ontvouwt zich een magnifiek zicht op de streek. Van hieruit krijg je een ongekend perspectief op de Meikensbossen en de Poelberg. Als je goed kijkt kan je zelfs de kerktorens van Marialoop en Dentergem spotten.
tekst: Westtoer - Horizon 2025
Vind de verborgen tatoeages en ontdek de verhalen!
De gevel van de nieuwe, betonnen zijbouw werd bovenop de unieke betontextuur verfraaid met enkele kenmerkende, verborgen tatoeages. Terwijl de betonnen buitentrap u naar het dakterras begeleidt, nemen deze tatoeages u mee op een boeiende wandeling doorheen de geschiedenis van de Sint-Anna kapel.
Bezoek de kapel en ontdek ze allemaal!
Mede mogelijk gemaakt met de steun van de provincie West-Vlaanderen.
Wapenschild Mulle de Terschueren
In 1864 liet de steenrijke Adélie Van der Meulen (1803 – 1875), van de familie Mulle de Terschueren, de Sint-Anna kapel bouwen. De opdracht voor de neogotische zaalkerk ging naar Pierre Nicolas Croquison, de provincie-architect. Zogezegd door de verkeerdelijke noord-zuid oriëntatie, werd de kapel nooit officieel ingewijd. Er wordt in het Kortrijkse zelfs nog steeds smalend naar een onzorgvuldigheid in een bouwwerk gerefereerd met een ‘croquisonnerie’...
Koning Leopold II
De dochter van Adélie werd op haar 22 jaar verdacht zwanger na een koninklijke passage en werd pro forma gekoppeld aan een veel oudere man. Echter gingen de roddels vrijuit en werd er beweerd dat de kleine Etienne een buitenechtelijk kind van koning Leopold II was. Sommigen denken dat Adélie uit wanhoop de Sint-Anna kapel bouwde in de hoop dat hogere krachten haar losbandige dochter op het rechte pad zouden krijgen…
Jeneverfeesten
In de 19e eeuw werden in verscheidene herbergen uit de buurt, zoals ‘De Capelle’ en ‘t’ Meyken’, gasten hartelijk ontvangen met zelfgebrouwen jevener. Op jaarlijkse wielerfeesten reden deelnemers rond een jenevervat en dronken ze bij elke ronde een motiverend glaasje. Resulterend in de nodige ambiance...
Dronken dagloners
Destijds werd de jenever rijkelijk gedronken, voornamelijk door arme dagloners en lokale steenbakkers die hun armoede wilden weg- drinken, vaak met heel wat onrust tot gevolg. Adélie poogde met de bouw van de kapel de rust in de buurt te herstellen.
De klaproos, symbool van de oorlog
Op 27 mei 1940, een dag voor de capitulatie van België, trokken de Duitse troepen Tielt binnen. De invallende troepen leden aan ‘Heckenschützen-psychose’, de angst dat ze vanuit een vensterraam beschoten zouden worden. De bewoners van de Putterijstraat werden uit hun schuilplaats gejaagd en samengedreven in de Sint- Anna kapel. Mannen, vrouwen en kinderen moesten op de koude vloer gaan liggen. Er werd een machinegeweer geïnstalleerd en meermaals werd een salvo net boven hun hoofd afgevuurd...
Koeien in de kapel
Na de originele voltooiing van de Sint-Anna kapel in 1864 werd de kapel nooit ingewijd. De echte reden, zo werd gefluisterd, was dat de toenmalige pastoor van Dentergemschrik had lokale parochianen te verliezen aan de nieuwe en beter gelegen kapel. Na 20 jaar aandringen werd de strijd opgegeven en verviel de kapel in leegstand. Het gehele afgewerkte interieur van banken, kasten, altaar, etc. verhuisde naar het rusthuis verderop. De kapel raakte door de jaren heen meer en meer in verval tot de gekende mysterieuze ruïne. Intussentijd werd het gebouw omgedoopt tot lokale koeienstal, waarbinnen de koeien werden verzameld voor hun jaarlijkse pikuur.
© beeldbank HK De Roede van Tielt
Meer over de historische familie Mulle de Terschueren...
Goed Ter Schueren van de familie Mulle
De familie Mulle was afkomstig uit Gullegem waar ze een vooraanstaande positie bekleedde. In 1692 kocht Gilles Mulle (1629-1724), het Goed Ter Schueren, een heerlijkheid gelegen in Sint-Eloois-Winkel (later Demanshoeve). Nazaat Pierre Bernard (1755-1810) verliet de ouderlijke woonst Ter Schueren en vestigde zich in Gent waar in 1795 Emile Pierre werd geboren. Het moet een moeilijke bevalling geweest zijn, want moeder Marie Joséphine Delcambe stierf in het kraambed. Toen Emile Pierre in 1810 ook zijn vader verloor, ging de jongeman in Tielt wonen. In de Ieperstraat liet hij een nagenoeg exacte kopie van zijn ouderlijke woning in Gent optrekken, mogelijk om het gemis wat te compenseren.
‘Zonder labeuren, niets Ter Schueren’
Hij huwde in 1825 met Adélie Van der Meulen, een 22-jarige notarisdochter uit Dentergem. Emile Pierre Mulle die als enig kind rijkelijk had geërfd, zag door dit huwelijk zijn familievermogen verder aanzwellen. In 1845 werd Emile Mulle tot de adelstand verheven en mocht ‘de Terschueren’ aan zijn familienaam toevoegen. Om zijn edelheid te bestendigen, koos hij een familiewapen en een lijfspreuk: ‘Zonder labeuren niets ter Schueren: Het neoclassicistische herenhuis in Tielt bleef tot de dood van Juffrouw Emilie-Adelie Mulle de Terschueren in 1962 bewoond door de familie.
Een nieuwe neogotische kapel
Adélie Van der Meulen, de echtgenote van Emile was blijkbaar erg begaan met het geestelijk welzijn van landelijke bewoners ten zuiden van de Poelberg. In 1864 liet ze op de spie, gevormd door de Tieltseweg en de toenmalige Klijtstraat, een kapel bouwen. Het aanpalende Koorts- of Kutskapelletje was te klein geworden voor alle omwonenden. De nieuwe neogotische kapel werd toegewijd aan de H. Moeder Anna. De kapel telt twee in witsteen gebeitelde wapenborden met links het blazoen Mulle de Terschueren en rechts het schild Van der Meulen. Ze tonen de stichters en bouwers van de kapel. Boven de ingangsdeur prijkt het beeld van Sint-Anna met twee vlammende harten. Moeder Anna wijst naar haar kind Maria en kijkt in de richting van de Poelberg. Het beeld is gemaakt met ijzerrijke klei die uitbakt in een typisch roodbruine kleur.
Van koeienstal tot evenementenlocatie
Toen het kloktorentje (bell-cote) klaar was om over het Hoenderveld te kleppen, weigerde bisschop Faict de inwijding van de Sint-Anna kapel. De Sint-Anna kapel werd nooit een kapel, het gebouw degradeerde tot stapelhuis en koeienstal.
Nu, meer dan 160 jaar later, mag Sint- Anna haar functie vervullen en mensen samenbrengen binnen haar oude muren.
tekst: Dentergem, Dentergem Cultuur, Nicolas Vannieuwenhuyze